Tips & tricks: AutoCAD

AutoCAD: naar andere tekeningbestanden verwijzen (deel 4)

OLE-objecten in tekeningen bewerken

Met de Microsoft Windows-functie OLE (Object Linking and Embedding - objecten koppelen en insluiten) kunt u gegevens van de ene naar de andere toepassing kopiëren of verplaatsen, en de gegevens in de oorspronkelijke toepassing blijven bewerken.

OLE (object linking and embedding - objecten koppelen en insluiten) is een Windows-functie waarmee gegevens uit verschillende toepassingen kunnen worden gecombineerd in één document. U kunt bijvoorbeeld een Adobe PageMaker-layout maken die een AutoCAD-tekening bevat, of een AutoCAD-tekening maken waarin een Microsoft Excel-werkblad geheel of gedeeltelijk opgenomen is.

OLE-objecten importeren

U kunt een gekoppeld of ingesloten OLE-object in een tekening bewerken door op het object te dubbelklikken om de brontoepassing te openen.

U kunt OLE-objecten op een willekeurige manier selecteren, en dan de meeste bewerkingsopdrachten (van het palet Properties) of grips gebruiken om wijzigingen te maken. Wanneer u de grootte van een OLE-object met behulp van grips wijzigt, verandert de vorm van het object niet als de hoogte-breedteverhouding in het palet Properties vergrendeld is. De volgende bewerkingsopdrachten zijn niet beschikbaar voor OLE-objecten: BREAK, CHAMFER, FILLET en LENGTHEN.

Wanneer een OLE-object in een visuele 2D-stijl is geroteerd of niet in bovenaanzicht wordt weergegeven, wordt de inhoud van het OLE-object tijdelijk verborgen en alleen het kader weergegeven. De inhoud wordt altijd weergegeven in een visuele 3D-stijl.

In het palet Properties kunnen de algemene eigenschappen die voor een OLE-object beschikbaar zijn, op het kader worden toegepast.

Aangezien grips op het kader zichtbaar zijn, is grip-bewerking niet beschikbaar als het kader niet wordt weergegeven. U kunt het kader weergeven door de instelling van de systeemvariabele OLEFRAME te wijzigen.

Gegevens in OLE-objecten bewerken
U kunt gegevens in gekoppelde of ingesloten OLE-objecten bewerken door op het object te dubbelklikken om de brontoepassing te openen.

OLE-objecten bewerken wanneer AutoCAD de brontoepassing is
De bestandslocatie van de tekening wordt opgeslagen in het document dat een gekoppelde tekening bevat. U kunt een gekoppelde tekening in de doelpassing of in het bronprogramma bewerken. Het programma moet geladen of toegankelijk zijn op het systeem, evenals het document dat u bewerkt.

Een AutoCAD-tekening die is ingesloten in een document, kan alleen vanuit de doeltoepassing worden bewerkt. Dubbelklik op het OLE-object om het programma te starten. Wanneer u de oorspronkelijke tekening in het programma bewerkt, blijven de documenten waarin die tekening is ingesloten, ongewijzigd.

Procedure

Een gekoppelde tekening vanuit de doeltoepassing bewerken

  1. Open het document dat de gekoppelde tekening bevat (bijvoorbeeld een Microsoft Word-bestand).
  2. Dubbelklik op de gekoppelde tekening. De tekening wordt geopend.
  3. Breng de gewenste wijzigingen aan in de tekening.
  4. Klik op File Save om de wijzigingen in de tekening op te slaan.Typ qsave achter de opdrachtprompt om de wijzigingen in de tekening op te slaan.
  5. Klik op File Exit om naar de doeltoepassing terug te keren.Typ quit achter de opdrachtprompt om naar de doeltoepassing terug te keren.

De tekening wordt gewijzigd in alle documenten die aan de tekening zijn gekoppeld.

De manier waarop de koppeling wordt bijgewerkt, hangt af van de doeltoepassing. In sommige toepassingen kunnen koppelingen automatisch worden bijgewerkt, terwijl deze in andere toepassingen handmatig moeten worden bijgewerkt.

Een gekoppelde tekening in de brontoepassing bewerken

  1. Start het programma en open de gekoppelde tekening.
  2. Breng de gewenste wijzigingen aan in de tekening en het aanzicht.
  3. Klik op File Save om de wijzigingen in de tekening op te slaan. Typ qsave achter de opdrachtprompt om de wijzigingen in de tekening op te slaan.
  4. Werk indien nodig de koppeling in het doeldocument bij.

De tekening wordt gewijzigd in alle documenten die aan de tekening zijn gekoppeld.

De manier waarop de koppeling wordt bijgewerkt, hangt af van de doeltoepassing. In sommige toepassingen kunnen koppelingen automatisch worden bijgewerkt, terwijl deze in andere toepassingen handmatig moeten worden bijgewerkt.

Ingesloten objecten bewerken

  1. Open het document dat de ingesloten AutoCAD-objecten bevat (bijvoorbeeld een Microsoft Word-bestand).
  2. Dubbelklik op de ingesloten objecten om het programma te starten en de objecten weer te geven.
  3. Breng de gewenste wijzigingen aan in de objecten.
  4. Klik op File Update om de wijzigingen in de ingesloten objecten op te slaan.
  5. Klik op menu File Exit om terug te keren naar de doeltoepassing. Typ quit achter de opdrachtprompt.

De oorspronkelijke grootte en vorm van een OLE-object herstellen

  1. Selecteer het OLE-object.
  2. Klik met de rechtermuisknop. Klik op OLE Reset.
    Deze optie is ook beschikbaar in het dialoogvenster Text Size.

Ga als volgt te werk om de weergave van OLE-objecten te bepalen:

  1. Typ olehide achter de opdrachtprompt.
  2. Voer een van de volgende waarden in:
    • 0 Geeft OLE-objecten weer in het papierkader en het werkvlak.
    • 1 Geeft OLE-objecten alleen in het papierkader weer.
    • 2 Geeft OLE-objecten alleen in het werkvlak weer.
    • 3 Geeft OLE-objecten niet weer.

De weergaven van de kaders van OLE-objecten in- of uitschakelen

  1. Typ oleframe achter de opdrachtprompt.
  2. Voer een van de volgende waarden in:
    • 0 Het kader wordt niet weergegeven en ook niet geplot.
    • 1 Het kader wordt weergegeven en geplot.
    • 2 Het kader wordt weergegeven, maar niet geplot.

Het kader moet weergegeven worden, anders zijn de grips niet zichtbaar.

Opdrachten

COPYCLIP
Hiermee worden geselecteerde objecten naar het klembord gekopieerd.

CUTCLIP
Hiermee worden geselecteerde objecten naar het klembord gekopieerd en uit de tekening verwijderd.

ERASE
Hiermee worden objecten uit een tekening verwijderd.

PASTECLIP
Met deze optie plakt u objecten van het Klembord in de actieve tekening.

Systeemvariabelen

OLEFRAME
Deze systeemvariabele bepaalt of er een kader wordt weergegeven en geplot op alle OLE-objecten in de tekening.

OLEHIDE
Deze systeemvariabele bepaalt de weergave en het plotten van OLE-objecten.

ECT BVBA - Oosterveldlaan 211 (2610 Wilrijk) - Tel: +32 (0)3 239 54 67 - Fax: +32 (0)3 281 62 11 -

Erkenningsnummer KMO-Portefeuille: DV.O100387

BTW-nummer: BE 0456.352.435